Overdenkingen van een team manager: Te groot voor een servet en te klein voor een tafellaken

Toen ik een jaar of elf of twaalf was, een nog net geen puber, wilde ik graag met de grote mensen mee praten, stoer doen, maar vooral net zo lang opblijven als de grote mensen. Gesprekken volgen ging uiteraard goed, maar zelf mee praten was een ander verhaal. Ook het lang opblijven was rond een uur of negen, lang genoeg en ik viel vanzelf in slaap. Afgelopen week beleefde ik een deja vu in de Energiewacht Tour, waarbij ik meteen moest terugdenken aan mijn jonge jeugd.

Met meer dan goede bedoelingen en een team vol ambities waren we naar het hoge noorden gereden om de Energiewacht Tour te rijden; een vijfdaagse UCI2.2, waarbij de allerbeste professionele rensters van de wereld aan de start staan. Van de 24 deelnemende teams waren er slechts 7 teams amateurteams, 6 nationale teams en 11 professionele UCI team, waaronder de 8 beste teams van de wereld. We wisten dus dat deze vijfdaagse een “Though cookie” zou worden, mede gezien de ervaringen die wij hadden uit het verleden.

12924387_992352714179470_6007171814312774830_n

Voor deze vijfdaagse waren vijf ervaren ijzervreters en één jongere (U23) opgesteld. Dat laatste in het kader van opleiding, ervaring opdoen en investeren in de toekomst. Dit is een altijd een gok, maar deze nemen we goed overwogen. Je moet te allen tijden proberen te voorkomen dat je na dag 2 met drie rensters staat, dit demoraliseert en daarvoor is ook de financiële investering te groot.

Deze Energiewacht Tour was een aaneenschakeling van pieken en dalen. Na de euforie van dag 1, waar SwaboLadies.nl een meer dan goede TTT op het asfalt legde en het beste amateurteam was en we ook nog twee landen teams achter ons lieten, werd op dag 2 bijna het gehele peloton door Team Boels-Dolmans gedegradeerd tot een stel goedbedoelende hobbyisten. Na 5 kilometer was het geen wedstrijd meer, maar een worsteling met windkracht 5 à 6, om zo lang mogelijk daar te blijven waar je zat in achtervolging op een kopgroep die nooit meer werd teruggezien. Na dag twee was het peloton 40 rensters armer (1 SwaboLady) die de EWT moesten verlaten. Op deze dag leerden wij en 21 andere teams met ons, dat het gat met de absolute wereld top nagenoeg onoverbrugbaar groot is.

De dagen erna ging de wind gelukkig liggen en was het voor iedereen wat “makkelijker” te volgen, alhoewel elke dag nog steeds slachtoffers maakte en rensters de koers moesten verlaten.
Het tweede hoogte punt van de koers was de tijdrit, waarbij we niet alleen de beste amateur dame hadden, maar met een 17e (!) plek een groot aantal gerenommeerde professionele hardrijders achter ons lieten, maar ook de andere Swabo rensters lieten een meer dan goede tijdrit zien. Vanaf dat moment zie je het geloof in eigen kunnen weer terugkomen en de laatste dag hebben met de beste meegestreden en echt geprobeerd mee te zitten. Voor het team resulteerde dit niet alleen in een 33ste, 34ste, 36ste 50ste en 70ste plaats, maar ook in het team klassement konden we een NEGENDE (dag)plek noteren en een 13e plaats overall.

Ik hoef niet te vertellen dat we APETROTS zijn op de rensters. Dit is een prestatie van wereldformaat voor amateurs die trainen als een prof, maar wel een baan ernaast hebben. Wij hebben geen camper, we hebben geen grote bus, we hebben zelfs niet eens een kleine bus of een materiaal bus; we hebben ook geen teamfietsen en geen tijdritfietsen; we hebben geen betaald kader, erger zelfs, het kader krijgt niet eens een dagvergoeding. Wat we wel hebben is ongeveer 0,9% (negenduizendste) van het budget van Team Boels, Honda Wiggle of Team Rabobank en rensters met een enorme drive en passie voor het wielrennen.

We zijn geen professionals, maar het niveau van amateurs zijn we ook ontstegen. Zoals mijn oma zei:” je bent te groot voor een servet en te klein voor een tafellaken”.